Buurtapp

Buurtapp

In onze buurtapp komen vooral berichtjes voorbij van poezen of honden die weggelopen zijn, maar in negenennegentig van de honderd gevallen wandelen die beestjes binnen een kwartier nietsvermoedend weer vrolijk de tuin in. Maar daar was ineens dat berichtje over het meisje van vier met blonde vlechtjes, een lichtblauwe spijkerbroek en een roze zomerjasje. Lizzy was zoek.

Ik stopte mijn mobiel in mijn jaszak en liep verder het Europapark in richting De Atlas op weg naar de Kruidvat. En daar zat ze ineens. Op het bankje bij de speeltuigen. Blonde vlecht, spijkerbroek en roze zomerjasje met een afbeelding van Mega Mindy op haar mouw. Kon niet missen. Haar beentjes bengelden ritmisch onder het bankje heen en weer. Ik begreep wel dat ik hier voorzichtig te werk moest gaan om ervoor te zorgen dat ze met mij mee terug wilde naar onze wijk. Ze kende mij immers niet.

Zo geruisloos mogelijk ging ik aan de andere kant van het bankje zitten. Heel even keken haar blauwe ogen mijn kant op terwijl ik de openingszin verzon. ‘Helemaal alleen op pad?’ vroeg ik. Zonder haar hoofd te bewegen, haalde ze haar schouders op. ‘Je kijkt niet echt vrolijk?’ ging ik verder. Weer bewogen haar schouders op en neer. ‘Ik ben boos,’ zei ze zacht. ‘Op wie?’ Ik schoof een stukje haar kant op. ‘Op mama.’ Mijn hersenen kraakten. ‘We zijn allemaal weleens boos,’ zei ik voorzichtig. ‘Dan moet je dat gewoon tegen mama zeggen.’ Ze deed haar armen over elkaar. Geen goed teken, dacht ik. Ik moest voorkomen dat ze zou gaan huilen. ‘Zullen we anders samen terug gaan?’ Ik schoof nog een stukje verder in haar richting en haalde mijn mobiel uit mijn broekzak. Misschien was het beter als ik in de buurtapp zou melden dat ik haar gevonden had en zou voorstellen dat de moeder van het meisje naar het park zou komen. ‘Lizzy is gevonden,’ las ik in de app.

Toen ik fronsend opkeek, kwam een jonge vrouw aanlopen. ‘Kom je nog spelen, Demi?’ vroeg ze aan het meisje. Met een schuin oog keek de vrouw mijn kant op. Het meisje wipte van de bank af en zwaaide naar me. Ik zwaaide zuchtend terug en stond op. Er zijn teveel meisjes met blonde vlechtjes en roze jassen. ‘Wie is die meneer?’ vroeg de moeder terwijl ze wegliepen. ‘Die meneer wilde dat ik met hem meeging.’ Het meisje huppelde vrolijk voor haar moeder uit richting de wipkip.

De blik die de moeder mij over haar schouder toewierp, had dodelijk kunnen zijn.


Reacties